Spelenderwijs verrijken

Spelenderwijs verrijken

Wetenschap en techniek of spelenderwijs verrijken?

De voorgeschiedenis

De afgelopen tien jaar is er flink geïnvesteerd in wetenschap en techniek op de basisschool in Nederland. Grote potten subsidies zijn opengetrokken om kinderen meer kennis te laten maken en interesse te laten krijgen in techniek, science, programmeren en bouwkunde. Techniek mocht hoger op de populariteitsladder komen bij de vervolgstudies.

Deze subsidies zijn indertijd goed ingezet door techniekcoördinatoren die studies volgden, materialen en boeken aanschaften, waaronder de bekende kleurrijke techniektorens. Er werden circuits georganiseerd in scholen, waar kinderen diverse proefjes mochten doen en bouwwerken mochten bouwen. Deze interessante middagen doofden op veel scholen helaas al snel uit. Organisatorisch een pittig karwei, arbeidsintensief en de materialen waren lastig te verzamelen.

Kleuters: een vergeten doelgroep

Wat mij in deze tijd op viel, was dat techniek vooral ingezet werd in groep 7 en 8. Veel materialen die ontwikkeld werden waren voor de bovenbouw. Hierna volgden groep 5 en 6 en heel af en toe mocht groep 3 en 4 meedoen. De kleuters kregen enkele werkbladen of deden zelfs helemaal niet ter zake. Die bouwden tenslotte al de hele dag, toch?

De drijfveer: spelenderwijs verrijken

De drijfveer om KleuterLab te ontwerpen is niet ontstaan vanuit de drang om kinderen te verleiden tot wetenschap en techniek. De reden dat KleuterLab ontwikkeld is, is omdat ik kinderen in de onderbouw herkende die te weinig uitdaging kregen. Als intern begeleider en leerkracht zocht ik vaak naar mogelijkheden om kinderen van die leeftijd écht uit te uitdagen. Ik greep naar spelenderwijs rekenen en taal en moeilijke spelletjes en puzzels. Materialen gericht op de cognitieve ontwikkeling.

Echter, al gauw merkte ik dat dit niet altijd het gewenste resultaat gaf. Wat ik wilde zien bij deze kinderen, bij álle kinderen, waren glimmende ogen, tongen die uit de mond piepten, bevlogenheid en enthousiasme. Verwondering, krakende bovenkamers en daadkracht! En dat bereikte ik te weinig met de verrijkingsstof die ik aanbood.

De rol van de leerkracht

Uit vele studies, onderzoeken en ervaringen uit mijn nabije kring blijkt dat potentieel hoogbegaafde kinderen onvoldoende begeleiding krijgen bij het leren omgaan met mislukkingen en het leren leren. Ook zij, juist zij, hebben passende begeleiding nodig bij het opdoen van ervaringen om hun creatief en probleemoplossend vermogen optimaal te ontwikkelen. Om hun plannen te leren realiseren. Hierbij hebben ze een leerkracht nodig die hen werkelijk ziet, naar hun ideeën luistert en ze de ruimte geeft om te floreren.

Die rol is niet eenvoudig. Vele scholen worstelen nog dagelijks met het vinden van een efficiënte en passende manier om deze begeleiding te kunnen bieden. Zowel inhoudelijk als organisatorisch.

Een eerste stap

Omdat ik deze worsteling in het onderwijs herken ben ik de boel eens andersom gaan aanvliegen. Niet vanuit aanbod en organisatie, maar vanuit het kind. Wat is er nodig om bij deze kinderen én de rest van de groep bevlogenheid te creëren? Hoe zet je onderwijs neer waarin betrokkenheid bijna vanzelf torenhoog stijgt? Hoe krijg je kinderen op het puntje van hun stoel? Wat is daar voor nodig? Niet omdat iedere schooldag op de Efteling moet lijken, maar omdat ik erin geloof dat als je klas autonoom speelt en ‘werkt’, jij de ruimte krijgt om te begeleiden.

Ik heb me verdiept in het kinderbrein, ben mijn eigen jeugd nagelopen en heb gezocht naar deze momenten. Wanneer zie je enorme betrokkenheid en een avontuurlijk enthousiasme?

Betrokkenheid door avontuur

Het woord avontuur is hierin het sleutelwoord. Zodra kinderen meegenomen worden in een (fantasie-)wereld, een verhaal dat hen boeit, dat ertoe doet, dat betekenisvol is, zijn ze vaak direct bereid zich in te zetten voor de hoofdpersonen. Als je hier ook nog een probleem aan toevoegt dat dringend opgelost moet worden, staan ze klaar op de springplank om in de wereld van onderzoek en ontwerp te duiken. Want wat is er leuker dan bouwen, tekenen, rommelen en spelen?

Dit is eenvoudig te koppelen aan de taxonomie van Bloom (en Krathwohl):
Door een verhaal te vertellen eindigend op een probleem, zet je direct het probleemoplossend vermogen aan bij een kind. Je spreekt het creatief vermogen aan. Je geeft geen instructie hoe je dit probleem stapsgewijs op kunt lossen. Daarentegen laat je ze zwemmen, tot die hersenen kronkelen tussen mogelijke oplossingen.

Oneindig veel mogelijkheden en tegenslagen

Vervolgens ga je samen de verzonnen, getekende of alvast in het klein gebouwde oplossingen bekijken. Je gaat voorspellen wat er zou kunnen gebeuren. Je gaat in gesprek: waarom werkt de ene oplossing mogelijk beter dan de andere. Niet door oplossingen te beoordelen, maar door openheid te creëren om tot nog betere oplossingen te komen. Er is geen sprake van goed of fout. Jij bent niet goed of fout. De ene oplossing kan wel beter werken dan de andere. Zo leer je kinderen om te gaan met tegenslagen. Je leert ze zich te hervatten om verder te gaan en niet op te geven. Je leert ze dat creatief denken oneindige veel mogelijkheden heeft.

De leerkracht: van hangmat tot medespeler

Binnen dit verhaal ben jij als leerkracht niet meer de instructeur. Je doet niks voor, kunt geen oplossingen bedenken, ligt in die hangmat en komt er enkel uit om het proces mee te volgen in nabijheid. Niet om de rommel op te ruimen, maar om mee te spelen. Stel vragen, geef samen taal aan gedachten, sta model en durf fouten mee te maken. Hoe lekker is dat?

Ik ben ervan overtuigd dat je juist bij kleuters en zelfs peuters moet starten met het begeleiden van deze vaardigheden. Als kinderen hier al mogen oefenen (niet aanleren), fouten mogen maken, hun autonome denken mogen proeven, hebben ze een prachtige basis voor de toekomst. Spelenderwijs uiteraard!

Peuters en jonge kleuters?

Peuters? Ja, ook peuters kunnen hierin meegenomen worden. Echter, tijdens de pilots die ik uitvoerde tijdens de ontwikkeling van KleuterLab, bleek dat peuters en jonge kleuters (zoals verwacht) helemaal niet volgens de stappen van de empirische onderzoekscirkel wilden werken. Zij zijn, op een enkeling na, nog helemaal niet toe aan intentioneel leren.

Wat deze kinderen wel willen is rommelen, ervaren, voelen, experimenteren zonder doel: incidenteel leren. Juist voor deze kinderen is het van groot belang om de bibliotheek der ervaringen te vullen. Laat ze alvast kennis maken met tape, isolatiemateriaal, planken, magneten, weegschalen, bellenblaas. Door deze bibliotheek te vullen wordt het straks makkelijker om tijdens het creatief proces te grijpen naar  oplossingen.

Groep 3, 4, 5 en 6…

KleuterLab is inmiddels ook ingezet op scholen in de middenbouw. Waarom zou je ophouden met spelenderwijs verrijken na de kleutergroepen? Ook 9- en 10-jarigen gaan helemaal los bij het verzinnen van oplossingen, tekenen codetaal voor hun speurtochten en bouwen kabelbanen voor oma. Probeer het maar eens zelf. Pas het verhaal uit de toolkit eventueel licht aan en je zult zien dat ook dit leidt tot techniek en ontwerp. Spelenderwijs verrijk je zo je onderwijs.

Veel plezier!

Ben je benieuwd naar de toolkit KleuterLab? Je vindt hem hier: